Erfbelasting: de stille verhoging die vanaf 2028 veel meer mensen raakt

Bijgewerkt op: 14 okt
Een lagere fiscale rekenrente klinkt gunstig, maar kan de belastbare erfenis van kinderen juist fors verhogen.
Door Dhr. mr. N.E.D. Buijze
Vanaf 2028 staat een technische wijziging in de erfbelasting op stapel die grote financiƫle gevolgen kan hebben voor erfgenamen. De vaste fiscale rekenrente die wordt gebruikt bij de waardering van fictief vruchtgebruik, daalt naar verwachting van 6 naar ongeveer 3 procent. Op papier is dat een verlaging. In de praktijk kan hierdoor een groter deel van het erfdeel van kinderen worden belast.
Dat raakt niet alleen families die al erfbelasting betalen. Ook huishoudens die onder de huidige systematiek binnen de vrijstelling blijven, kunnen vanaf 2028 met een aanslag worden geconfronteerd.
Wat verandert er vanaf 2028?
De wijziging betreft de fiscale rekenrente binnen de Successiewet. Die rente speelt een rol bij de waardering van het fictieve vruchtgebruik dat ontstaat bij de wettelijke verdeling. De huidige vaste rekenrente van 6 procent wordt vanaf 2028 naar verwachting ongeveer 3 procent.
Een lagere rekenrente leidt tot een kleinere fiscale afwaardering van het erfdeel van kinderen. Daardoor stijgt hun belastbare verkrijging en kan aanzienlijk meer erfbelasting verschuldigd zijn.
Hoe werkt de wettelijke verdeling?
Neem Barry en Bernadette, een getrouwd stel met twee kinderen: Brenda en Bas. Samen bezitten zij ⬠600.000 aan bijvoorbeeld een woning, spaargeld en andere bezittingen. Wanneer Barry overlijdt, bedraagt zijn aandeel in het gezamenlijke vermogen in dit vereenvoudigde voorbeeld ⬠300.000.
Op papier komt daarvan ⬠100.000 toe aan Bernadette en ⬠100.000 aan ieder kind. De kinderen krijgen hun erfdeel echter niet direct uitgekeerd: de volledige nalatenschap blijft bij de langstlevende ouder. Fiscaal wordt daarom rekening gehouden met het gebruik dat de langstlevende gedurende haar leven kan maken van het vermogen dat aan de kinderen toekomt. Dat heet fictief vruchtgebruik.
Het fictieve vruchtgebruik
De Belastingdienst past voor dit vruchtgebruik een fiscale afwaardering toe op het erfdeel van de kinderen. De hoogte daarvan hangt onder meer samen met de leeftijd van de langstlevende ouder.
Stel dat Bernadette 67 jaar is. Bij deze leeftijd hoort in het voorbeeld een factor 8. Onder de huidige systematiek bedraagt de berekening:
6% Ć factor 8 = 48%
Van het erfdeel van ⬠100.000 wordt dan ⬠48.000 toegerekend aan het vruchtgebruik. De fiscale waarde voor ieder kind daalt zo naar ⬠52.000. Na aftrek van een vrijstelling van ⬠26.000 resteert een belastbare verkrijging van ⬠26.000.
En dan komt 2028
Bij een rekenrente van 3 procent en dezelfde factor 8 bedraagt de afwaardering nog maar 24 procent:
3% Ć factor 8 = 24%
Het erfdeel van ⬠100.000 wordt dan met ⬠24.000 afgewaardeerd en krijgt fiscaal een waarde van ⬠76.000. Na toepassing van de vrijstelling van ⬠26.000 blijft ⬠50.000 belast. De belastbare verkrijging is daarmee bijna twee keer zo hoog als in het eerdere voorbeeld.
De ogenschijnlijke renteverlaging werkt dus tegengesteld: het fictieve vruchtgebruik wordt lager gewaardeerd, waardoor een groter deel van het erfdeel van de kinderen in de heffing valt.
Hoe ouder de langstlevende, hoe kleiner de afwaardering
De leeftijd van de langstlevende ouder is van groot belang. De factor voor het fictieve vruchtgebruik daalt periodiek naarmate iemand ouder wordt. Bij een langstlevende van 82 jaar hoort in het voorbeeld een factor 4. Met een rekenrente van 3 procent resteert dan een afwaardering van slechts 12 procent.
Hoe kleiner de afwaardering, hoe hoger het bedrag waarover de kinderen erfbelasting betalen.
Niet alleen mƩƩr belasting, maar ook mƩƩr belastingplichtigen
De impact wordt duidelijk bij een gezin met een kleiner vermogen. Cindy en Carlo hebben twee kinderen en samen ⬠300.000. Wanneer Carlo overlijdt, bedraagt zijn nalatenschap in dit vereenvoudigde voorbeeld ⬠150.000. Ieder kind erft op papier ⬠50.000.
Onder de huidige systematiek
Als Cindy 67 jaar is, geldt factor 8. Bij een rekenrente van 6 procent wordt 48 procent afgewaardeerd: ⬠24.000. Het erfdeel krijgt daarmee een fiscale waarde van ⬠26.000. Bij een vrijstelling van eveneens ⬠26.000 resteert geen belastbaar bedrag.
Vanaf 2028
Bij een rekenrente van 3 procent bedraagt de afwaardering 24 procent, oftewel ⬠12.000. De fiscale waarde van het erfdeel stijgt daardoor naar ⬠38.000. Na aftrek van de vrijstelling van ⬠26.000 blijft ⬠12.000 belast.
Een gezin dat volgens de huidige systematiek in dit voorbeeld niets betaalt, kan vanaf 2028 dus wƩl erfbelasting verschuldigd zijn.
Een technische wijziging met brede gevolgen
De verlaging van de rekenrente lijkt een detail, maar kan de fiscale uitkomst ingrijpend veranderen. Zij kan leiden tot een hogere belastbare verkrijging per kind, een hogere aanslag en meer nalatenschappen waarover überhaupt erfbelasting wordt geheven.
Hoewel 2028 nog niet direct voor de deur staat, is vooruitkijken bij estate planning en vermogensoverdracht essentieel. De samenstelling van het vermogen, de leeftijd van de langstlevende, de wettelijke verdeling, testamentaire bepalingen en schenkingen kunnen allemaal invloed hebben op de uiteindelijke fiscale gevolgen.
De kern: wie zijn nalatenschap goed wil regelen, doet er verstandig aan niet alleen naar de huidige regels te kijken, maar ook naar de wijzigingen die vanaf 2028 worden verwacht.
Let op: de voorbeelden in dit artikel zijn vereenvoudigd. De werkelijk verschuldigde erfbelasting hangt onder meer af van de gezinssituatie, de samenstelling en omvang van de nalatenschap, de leeftijd van de langstlevende, de geldende vrijstellingen en overige fiscale regels.

Opmerkingen