top of page

Prinsjesdag: duidelijkheid over schenken op papier blijft uit.

Foto van schrijver: mr. Neill Buijze
mr. Neill Buijze
6 dagen geleden
3 minuten om te lezen

Het kabinet werkt aan ingrepen die een veelgebruikte route voor vermogensoverdracht minder aantrekkelijk moeten maken.

Door mr. N.E.D. Buijze


DEN HAAG — Prinsjesdag 2026 had duidelijkheid moeten brengen over de toekomst van schenken op papier. Die duidelijkheid kwam er niet. Het koffertje ging open, maar de verwachte maatregelen ontbraken. Daardoor verkeren families en adviseurs voorlopig in wat gerust een ā€˜schenkvacuüm’ kan worden genoemd.

Schenking onder vuur

In de Voorjaarsnota werd schenken op papier aangeduid als een constructie die niet in de geest van de wet zou zijn. Het ministerie van FinanciĆ«n en de Belastingdienst willen de regeling daarom aan banden leggen. De kern van hun bezwaar ligt bij het progressieve tarief van de erfbelasting: over de eerste schijf, tot ongeveer € 160.000, geldt 10 procent; daarboven is het tarief 20 procent.

Door tijdens het leven al vermogen op papier te schenken, kan een deel daarvan tegen het lagere tarief worden overgedragen. Zonder zo’n schenking zou datzelfde bedrag bij overlijden mogelijk in de hogere tariefschijf vallen. Volgens de aangeleverde schatting loopt de schatkist hierdoor circa € 275 miljoen mis.

Een gezin als rekenvoorbeeld

Jan en Julia hebben ƩƩn dochter, Janine. Hun vermogen bestaat uit een woning van € 500.000, een auto en camper ter waarde van samen € 60.000 en € 40.000 spaargeld: in totaal € 600.000. In het voorbeeld ontvangt Janine bij het overlijden van de laatste ouder € 450.000. Na aftrek van een vrijstelling van € 26.000 resteert een belastbare verkrijging van € 424.000.

Over de eerste € 160.000 betaalt zij 10 procent erfbelasting. Het resterende bedrag van € 264.000 valt tegen 20 procent in de hogere schijf, goed voor € 52.800 belasting over dat deel. Als € 264.000 eerder via schenkingen op papier tegen 10 procent was overgedragen, zou daar € 26.400 belasting over zijn betaald. Het verschil bedraagt in dit voorbeeld eveneens € 26.400.

Twee mogelijke ingrepen

1. Verlaging van de rekenrente.Ā De huidige rekenrente van 6 procent zou per januari 2028 dalen naar ongeveer 3 procent. Daardoor kan jaarlijks niet langer 6 procent van de hoofdsom als rente aan de kinderen worden betaald op basis van het lagere forfait. Omdat de Successiewet nu voorschrijft dat in de notariĆ«le akte ā€˜ten minste 6 procent’ moet worden opgenomen, is de precieze uitwerking van een wetswijziging bepalend. Een verlaging van het minimum naar 3 procent sluit een rente van 6 procent op zichzelf niet automatisch uit.

2. Een cumulatieregeling bij aflossing of overlijden. Daarbij worden eerdere papieren schenkingen op het moment van aflossing of bij overlijden bij elkaar opgeteld en als ƩƩn geheel belast. Eerder betaalde schenkbelasting wordt verrekend. Zo wordt voorkomen dat meerdere keren achter elkaar van de lage jaarlijkse tariefschijf wordt geprofiteerd.

De grootste budgettaire opbrengst lijkt bij die tweede maatregel te liggen. De verlaging van de rekenrente stond bovendien al op de planning voor de erfbelasting. Dat roept de vraag op of het werkelijk om twee alternatieven gaat, of om twee wijzigingen die uiteindelijk naast elkaar worden ingevoerd.

Ook oude schenkingen kunnen geraakt worden

In de praktijk wordt geregeld aangenomen dat schenkingen van vóór de nieuwe wet buiten schot zullen blijven. Een cumulatieregeling kan echter ook bestaande schenkingen bij aflossing of overlijden meenemen in de gezamenlijke berekening. De schenkingen blijven dan geldig, maar een eerder niet belast voordeel kan op dat latere moment alsnog met schenk- of erfbelasting worden geconfronteerd.

Box 3 zet het voordeel verder onder druk

Een vaak vergeten factor is de belasting in box 3. In 2026 betalen kinderen volgens het voorbeeld effectief afgerond 2,16 procent belasting over hun vordering uit een papieren schenking, uitgaande van een forfaitair rendement van 6 procent en een tarief van 36 procent. De ouders kunnen de schuld als aftrekpost opvoeren en moeten jaarlijks 6 procent rente aan het kind betalen. Per saldo resteert voor het kind dan een jaarlijks voordeel van 3,84 procentpunt.

Daalt de forfaitaire rente in 2028 naar circa 2,9 procent, dan slinkt dat voordeel in deze berekening tot 0,74 procentpunt. Omdat de rente op een vijfjaarsgemiddelde wordt gebaseerd, blijft onzeker hoe de verhouding daarna uitpakt. Het huidige voordeel kan verder verdampen en mogelijk zelfs omslaan in een nadeel.

Voorlopig rest vooral onzekerheid. Prinsjesdag bracht geen definitief antwoord, terwijl de contouren van ingrijpen al zichtbaar zijn. Wie een papieren schenking overweegt, zal daarom niet alleen naar het tariefvoordeel bij overlijden moeten kijken, maar ook naar de toekomstige rente, de belasting in box 3 en het risico dat meerdere schenkingen later alsnog gezamenlijk worden belast.

Ā 

Ā 
Ā 
Ā 

Recente blogposts

Alles weergeven
Het verblijvensbeding nader bekeken

Een verblijvensbeding laat gezamenlijke goederen doorgaans kosteloos aan de langstlevende toekomen en kan testamentaire bedoelingen en fiscale spreiding doorkruisen. Daarom moeten samenlevingsovereenk

Ā 
Ā 
Ā 
Als een testament niet doet wat u denkt

Een samenwonend stel wilde hun gezamenlijke vermogen eerlijk nalaten aan vijf kinderen. Hun testamenten bevoordeelden echter alleen de eigen kinderen en sloten partners uit, met mogelijk gedwongen won

Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


bottom of page