top of page

De erfenisgolf komt eraan — maar de fiscus ziet er weinig van terug

Foto van schrijver: mr. Neill Buijze
mr. Neill Buijze
3 okt
3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 14 okt

De babyboomgeneratie laat de komende jaren naar schatting honderden miljarden euro’s na. Zonder hervorming van de erfbelasting dreigt vooral de vermogensongelijkheid verder toe te nemen.


Door Dhr. mr. N.E.D. Buijze

Geen belasting roept zoveel weerstand op als de erfbelasting. Toch wordt de vraag hoe Nederland nalatenschappen belast steeds urgenter. Met het geleidelijke verdwijnen van de babyboomgeneratie komt een uitzonderlijk grote vermogensoverdracht op gang. In de komende jaren gaat het mogelijk om ongeveer een half biljoen euro. Als het stelsel ongewijzigd blijft, ontvangt de schatkist daarvan slechts een beperkt deel en kan de kloof tussen mensen met en zonder familievermogen verder groeien.


Vermogen lichter belast dan arbeid

Nederland kent in vergelijking met andere ontwikkelde economieën een bovengemiddelde vermogensongelijkheid. Een belangrijke verklaring is dat vermogen doorgaans minder zwaar wordt belast dan arbeid. Er bestaat geen klassieke vermogensbelasting; in box 3 wordt belasting geheven over het rendement op sparen en beleggen. Voor vermogen boven de vrijstelling van 59.357 euro geldt in 2026 een tarief van 36 procent over het berekende rendement. Dat ligt lager dan het maximale tarief van 49,5 procent op inkomen uit arbeid.


In de praktijk kan het verschil groter uitvallen. Vermogende belastingplichtigen kunnen gebruikmaken van belastingarbitrage, bijvoorbeeld via een spaar-bv. Ook kunnen winsten in een vennootschap blijven staan en als onderpand dienen voor leningen aan de eigenaar voor privé-uitgaven. Exacte cijfers ontbreken, maar het ligt voor de hand dat de effectieve belastingdruk op grote vermogens daardoor lager is dan het nominale tarief doet vermoeden.


Effectief tarief blijft laag

Bij erfenissen is de effectieve druk nog lager. Kinderen betalen 10 procent over het eerste deel van hun verkrijging, tot ongeveer 158.000 euro, en 20 procent over het meerdere. Voor verkrijgingen door derden bedraagt het hoogste tarief 40 procent. Tegelijkertijd kunnen vooral grote nalatenschappen via holdingconstructies, familiestichtingen en andere vormen van vermogensplanning fiscaal worden beperkt.


Oud-hoogleraar Paul de Beer becijfert in Voor wie is de erfenis? dat tussen 2024 en 2034 ongeveer 230 tot 240 miljard euro zal vererven. De verwachte belastingopbrengst bedraagt circa 15 miljard euro, wat neerkomt op een effectief tarief van ongeveer 6,4 procent. Ook de huidige jaarlijkse opbrengst van omstreeks 3 miljard euro staat in schril contrast met de felheid van het maatschappelijke debat.


Is erfbelasting werkelijk dubbele belasting?

De weerstand tegen erfbelasting draait vaak om één argument: over het nagelaten vermogen zou al eerder belasting zijn betaald. Maar opeenvolgende heffingen zijn niet uitzonderlijk. Wie inkomen uit arbeid of onderneming ontvangt, betaalt inkomstenbelasting en vervolgens onder meer btw, accijnzen, overdrachtsbelasting of belasting over rendement op vermogen. Dat verschillende belastingen na elkaar worden geheven, is inherent aan het stelsel en vormt op zichzelf geen doorslaggevend bezwaar tegen erfbelasting.


Daartegenover staat een principiële vraag: waarom wordt inkomen waarvoor geen economische tegenprestatie is geleverd zoveel lager belast dan inkomen uit arbeid, en soms zelfs lager dan consumptie? De TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, stelde in een publicatie uit 2021 dat het verdedigbaar is om inkomsten die iemand zonder inspanning toevallen zwaarder te belasten dan inkomsten waarvoor is gewerkt. De stichting pleitte ervoor schenkingen en erfenissen op vergelijkbare wijze te behandelen als andere inkomsten — een opmerkelijk standpunt gezien de politieke weerstand binnen de VVD tegen een hogere erfbelasting.


Erfenissen als inkomen belasten

Een mogelijke hervorming is om schenkingen en erfenissen onder te brengen in box 1 van de inkomstenbelasting. Dat sluit aan bij het gelijkheidsbeginsel en bij de gedachte van de Franse econoom Thomas Piketty dat de fiscale behandeling niet afhankelijk zou moeten zijn van de manier waarop iemand inkomen of vermogen verkrijgt. Door erfenissen en schenkingen als inkomen te belasten, ontstaat automatisch een progressieve tariefstructuur van 35,75 tot 49,5 procent.


Tegelijkertijd kan een ruimere vrijstelling kleinere nalatenschappen ontzien. Analoog aan de vrijstelling in box 3 zou de eerste 59.357 euro per ontvanger onbelast kunnen blijven, ongeacht de familieband met de schenker of erflater. Zo worden bescheiden vermogensoverdrachten beschermd, terwijl grotere verkrijgingen zwaarder bijdragen.


Voor zeer grote vermogensoverdrachten is volgens dit voorstel aanvullende wetgeving nodig. Verkrijgingen boven 10 miljoen euro per persoon zouden kunnen worden belast tegen een tarief van 50 procent, oplopend tot maximaal 90 procent. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat uitzonderlijk grote familievermogens zich vrijwel onaangetast over generaties blijven opstapelen.


Meer opbrengst, eenvoudiger stelsel

De naderende erfenisgolf biedt daarmee niet alleen een fiscale, maar ook een maatschappelijke keuze. Het belasten van schenkingen en erfenissen via de inkomstenbelasting kan de schatkist naar verwachting jaarlijks miljarden extra opleveren. Die middelen kunnen ruimte bieden om bezuinigingen op de sociale zekerheid te beperken of andere collectieve voorzieningen te financieren.


Minstens zo belangrijk is het uitgangspunt achter de hervorming: financiële kansen zouden minder afhankelijk moeten zijn van de familie waarin iemand wordt geboren. Integratie van erf- en inkomstenbelasting kan het stelsel bovendien eenvoudiger maken en beter laten aansluiten bij beginselen als rechtvaardigheid, evenredigheid en draagkracht. Nu de grootste intergenerationele vermogensoverdracht uit de Nederlandse geschiedenis op gang komt, is de vraag niet langer óf het stelsel moet worden herzien, maar hoe.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Het verblijvensbeding nader bekeken

Een verblijvensbeding laat gezamenlijke goederen doorgaans kosteloos aan de langstlevende toekomen en kan testamentaire bedoelingen en fiscale spreiding doorkruisen. Daarom moeten samenlevingsovereenk

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page